( Pniëlkerk Tesselsestraat 65-69, 2583 JH )      Prinses Julianakerk, Tesselssestraat 6, 2583 JK  Scheveningen

[Start] [kerkdiensten] [Nieuws] [inhoud en links] [gegevens] [gebouw en orgel] [bijzondere-diensten] [gedichten gemeenteleden] [disclaimer] [activiteiten] [kinderen] [teksten] [foto's]    

 

 

Vanaf 1 juli is  ds F.J. van Harten de wijkpredikant van de gefedereerde gemeente

ds. A.S. Rienstra was Gereformeerd WijkPredikant van Scheveningen voor de wijkgemeente Pniëlkerk van 8 november 1989 tot 1 juli 2009. Daarna is hij als emritus predikant werkzaam in het ouderenpastoraat van de gemeente ¨Rondom de Prinses Julianakerk¨

wijkgebouw:

Het Geuzenhonk aan de Kranenburgweg

 

Residentie Pauzedienst

Ook in het jaar 2009 worden de Residentie Pauzediensten weer gehouden op de derde dinsdag van de maand in de Waalse kerk, Noordeinde 25.

Teksten van Het Onze Vader, de Tien geboden  en de Geloofsbelijdenis

Het volmaakte gebed dat Jezus ons heeft leren bidden

Het "Onze Vader"

Onze Vader die in de hemel zijt, Uw Naam worde geheiligd; Uw Koninkrijk kome, Uw wil geschiede zowel op de aarde als ook in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven hebben aan onze schuldenaren. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.Want van U is het Koninkrijk en de Heerlijkheid tot in Eeuwigheid.

De wet Des Heeren "10 geboden"

Toen sprak God al deze woorden zeggende:
Ik ben de Heere uw God die U uit Egypteland uit het diensthuis uitgeleid heb.
Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.
Gij zult u geen gesneden beeld nog enige gelijkenis maken, van hetgeen dat boven in de hemel is nog van hetgeen dat onder de aarde is noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is.

Gij zult u voor dien niet buigen nog hen dienen; want Ik de HEERE uw God ben een naijverig God die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde geslacht van degenen die mij haten, en barmhartigheid doe aan duizenden dergenen die mij liefhebben en mijn geboden onderhouden.
Gij zult de naam van de  Heeren uw God niet ijdel gebruiken, want de Heere uw God zal niet onschuldig houden wie zijn naam ijdel gebruikt.
Gedenkt de Sabbat dat gij die heiligt. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de sabbat van de  Heeren uw God, dan zult gij geen werk doen, gij noch uw zoon, noch uw dochter noch uw dienstknecht noch uw dienstmaagd noch uw vee noch uw vreemdeling die in uw poorten is. Want in zes dagen heeft de Heere uw God de hemel en de aarde gemaakt de zee en alles wat daar in is, en Hij rustte ten zevende dagen, daarom zegende de Heere den sabbatdag en heiligde dien.
Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de Heere uw God u geeft.
Gij zult niet doodslaan.
Gij zult niet echtbreken
Gij zult niet stelen.
Gij zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste.
Gij zult niet begeren uws naasten huis gij zult niet begeren uws naasten vrouw nog zijn dienstknecht noch zijn dienstmaagd noch zijn os noch zijn ezel noch iets dat van uw naaste is.
Jezus vatte dezen woorden samen in een hoofdsom die aldus luidt;
Gij zult liefhebben den Heere uw God met geheel uw hart met geheel uw ziel en met geheel uw verstand.
Dit is het eerste en het grote gebod  en het tweede hieraan gelijk is Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.
Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.
Amen.

De twaalf artikelen van het geloof "geloofsbelijdenis"
Ik geloof in God de Vader de Almachtige Schepper des hemels en der aarde
En in Jezus Christus Zijn eniggeboren zoon, onze Heere.
Die ontvangen is van den Heiligen Geest geboren uit de maagd Maria, die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle.
Ten derde dage wederom opgestaan uit de doden
Opgevaren ten hemel, zittend ter rechterhand Gods des almachtige Vader, vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levende en de doden
Ik geloof in de Heiligen Geest.
Ik geloof een heilige algemene christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen vergeving der zonden de wederopstanding van het vlees en een eeuwig leven.
Amen.

Genesis

De schepping van hemel en aarde

1

1 In het begin schiep God de hemel en de aarde.

(1:1-3) In het begin schiep God de hemel en de aarde [...] God zei – Ook mogelijk is de vertaling: ‘In het begin toen God de hemel en de aarde schiep [...] zei God’.

2 De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water.

(1:2) Gods geest zweefde over het water – Gods geest, of: ‘Gods adem’. Ook mogelijk is de vertaling: ‘een hevige wind joeg het water op’.

3 God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht. 4 God zag dat het licht goed was, en hij scheidde het licht van de duisternis; 5 het licht noemde hij dag, de duisternis noemde hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag.

6 God zei: ‘Er moet midden in het water een gewelf komen dat de watermassa’s van elkaar scheidt.’ 7 En zo gebeurde het. God maakte het gewelf en scheidde het water onder het gewelf van het water erboven. 8 Hij noemde het gewelf hemel. Het werd avond en het werd morgen. De tweede dag.

9 God zei: ‘Het water onder de hemel moet naar één plaats stromen, zodat er droog land verschijnt.’ En zo gebeurde het. 10 Het droge noemde hij aarde, het samengestroomde water noemde hij zee. En God zag dat het goed was.

11 God zei: ‘Overal op aarde moet jong groen ontkiemen: zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten dragen met zaad erin.’ En zo gebeurde het. 12 De aarde bracht jong groen voort: allerlei zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten droegen met zaad erin. En God zag dat het goed was. 13 Het werd avond en het werd morgen. De derde dag.

14 God zei: ‘Er moeten lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de nacht. Ze moeten de seizoenen aangeven en de dagen en de jaren, 15 en ze moeten dienen als lampen aan het hemelgewelf, om licht te geven op de aarde.’ En zo gebeurde het. 16 God maakte de twee grote lichten, het grootste om over de dag te heersen, het kleinere om over de nacht te heersen, en ook de sterren. 17 Hij plaatste ze aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde, 18 om te heersen over de dag en de nacht en om het licht te scheiden van de duisternis. En God zag dat het goed was. 19 Het werd avond en het werd morgen. De vierde dag.

20 God zei: ‘Het water moet wemelen van levende wezens, en boven de aarde, langs het hemelgewelf, moeten vogels vliegen.’ 21 En hij schiep de grote zeemonsters en alle soorten levende wezens waarvan het water wemelt en krioelt, en ook alles wat vleugels heeft. En God zag dat het goed was. 22 God zegende ze met de woorden: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk en vul het water van de zee. En ook de vogels moeten talrijk worden, overal op aarde.’ 23 Het werd avond en het werd morgen. De vijfde dag.

24 God zei: ‘De aarde moet allerlei levende wezens voortbrengen: vee, kruipende dieren en wilde dieren.’ En zo gebeurde het. 25 God maakte alle soorten in het wild levende dieren, al het vee en alles wat op de aardbodem rondkruipt. En God zag dat het goed was.

26 God zei: ‘Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken; zij moeten heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.’ 27 God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen. 28 Hij zegende hen en zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.’ 29 Ook zei God: ‘Hierbij geef ik jullie alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen op de aarde; dat zal jullie voedsel zijn. 30 Aan de dieren die in het wild leven, aan de vogels van de hemel en aan de levende wezens die op de aarde rondkruipen, geef ik de groene planten tot voedsel.’ En zo gebeurde het. 31 God keek naar alles wat hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was. Het werd avond en het werd morgen. De zesde dag.

2

1 Zo werden de hemel en de aarde in al hun rijkdom voltooid. 2 Op de zevende dag had God zijn werk voltooid, op die dag rustte hij van het werk dat hij gedaan had. 3 God zegende de zevende dag en verklaarde die heilig, want op die dag rustte hij van heel zijn scheppingswerk.


 


 



Laatst bijgewerkt: 10 August 2009